W: Dan een eh ... H: Vanaf dag 1. ..
W: Dan moeten jullie me een nieuwe identiteit geven met mijn familie. H: Nee oké.
W: Want die drie jaartjes, dan denk je van: wat is dat nou. Maar drie jaar is niks.
H: Maar daarom is het ook belangrijk voor ons om vanaf dag 1, als jij iets tegen hem gezegd hebt. Dan volgt daarop een reactie. Wat gaat er gebeuren.
W: Hij zei dus over die Joegoslaven, hij deed alsof hij dat gedaan had. H: Dat kunnen we nu allemaal in de tijd terugzien, ja? Want er zijn zo veel dingen gebeurd. Kijk, en het zijn allemaal puzzeltjes. Het is net een grote legpuzzel.
W: Maar je hoort ... ja, niemand is er trots op om als een soort verrader, maar ik vind dat geen verraaien. Ik hoop dat je ze pakt. Want ik vind gewoon, het gaat me niet om het geld. En ik heb ook zoiets van: dat geld interesseert me echt niet. Ik werk gewoon hard en ik doe niet in drugs. Dat heb ik ook nooit gedaan. Ik heb toen ooit eens, en dat is heel stom, geld van hem aangepakt, van die Ronaid. Daar heeft ie dus gewoon ... stom en fout. Dat heb ik dus teruggegeven. Daar heb ik geen geld van. Dat weet Ronaid ook.
H: Ja.
W: En eh ... nou, voor de rest niks. (stilte)
W: Nou ja goed. (stilte)
W: Kijk, en te zeggen nou van vanavond: Willem Holleeder zal nooit een pistool trekken ... Hij heeft wel eens tegen mij gezegd: 'Als ik het moet, doe ik het zelf hè!
H: Ja.
(21:30:50 )
W: 'Ik doe het zelf ook hoor, als het moet.' H: Ja.
W: Het is een hele slimme man, of sluw, ik weet niet hoe je dat moet eh ...
(stilte)
H: Nou, ging niet zo best in Lexington hè, een paar weken terug?
W: Ik weet niet. Ik ben er nooit meer geweest. Jij hebt het toch gezegd: ik ben er nooit meer geweest.
H:Nee.
H: Nee, maar drie, vier weken terug was de opening. Meteen een matpartij.
W: Dat meen je niet?
H: Ja, rooie Pierre. Ken je die? Pierre Lubberding? W: Ah, is toch een aardige gozer.
H: Henny Huis in 't Veld.
W: Waren ze dronken of zo?
H: Het ging om poen of zo.
W: Dat zijn nog geen eh ... dat is nog niet echt boeventuig of zo. H: Nee maar (stilte) het is wel lekker. .. aan de buitenkant.
W: Ik ben er nooit meer in geweest. Jij heb gezegd: ga er maar niet meer heen. Heb ik maar niet meer gedaan. Ik hoop wel dat je er iets aan hebt, omdat ik eh ...
H: Tuurlijk, we hebben er altijd wat aan.
J: Wat hebben jullie gedaan dan? (lachend) W: Ja, ik heb bekend. Ik ben doorgeslagen. J: Is dat zo?
W: Nou ja goed, ik vind dat een hogere ... Ja, je kan zeggen: Je hebt er niks aan. Maar ik hoop echt datje die mannen pakt. Dat is mij alles waard.
J: Dat hopen wij ook. Daar gaan we ook voor.
W: Ja, maar zeg je van: dat is een oplichtinkje of een afpersing?
J: Nee, daar gaat het niet om. Daar gaat het niet om, maar nou gebeurt er helemaal niks! Blijven maar gewoon rondlopen. Er gebeurt helemaal niks gewoon. Nou, dat kan niet gewoon. Daarom. Je moet ze pakken waar je ze pakken kan. Maar dan moet je wel effe wat hebben. Kijk, en ze zijn toch aan alle kanten geholpen. Jij hebt ze ook geholpen door allerlei betalinkjes hier en leninkjes daar en links en rechts. Daar is ie wijs van geworden. Als ie dat niet heb, dan is ie helemaal niets. Dan is het gewoon een zielig figuur.
W: In ieder geval eh ...
J: Want als je geld hebt, dan kun je ook wat doen, hè? En als je zulke normen heb als hij, dan kan je heel wat doen als je een paar centjes heb.
W:Ja.
J: Ja, dat is een slechte zaak.
W: En hij zal mij altijd als een gevaar zien, omdat eh ... hij weet dat ik ook geld heb en misschien kom ik iemand tegen die zegt van: Nou, dat je je zo hebt laten tillen en eh ...
J: Ja. Die zegt gewoon van: nou, kom maar even mee. |
|