Topcrimineel
Willem Holleeder hangt drie jaar extra gevangenisstraf boven het hoofd. Justitie start een procedure tegen hem om ruim zeventien miljoen euro die hij van onder anderen
Willem Endstra afperste, terug te vorderen.
Als de rechter de vordering toewijst, is Holleeder verplicht het geld terug te betalen. Doet hij dat niet, dan past justitie een zogeheten ’lijfsdwang’ toe. Dat betekent dat Holleeder maximaal drie jaar extra achter de tralies moet blijven.
Tegenvaller
De vordering is een fikse tegenvaller voor de Heinekenontvoerder, die de komende feestdagen doorbrengt in gevangenis De Schie in Rotterdam. Holleeder werd in hoger beroep voor afpersing veroordeeld tot
negen jaar en zit al bijna vier jaar vast.
Hij moet dankzij de gebruikelijke een derde strafkorting nog twee jaar, maar hoopt over ruim een jaar al naar een halfopen inrichting te kunnen. Door de nu door het openbaar ministerie (OM) aangespannen procedure komt dat op losse schroeven te staan.
Het OM maakte de ontnemingsprocedure gisteren bekend. De zaak dient op 15 april volgend jaar voor de meervoudige kamer van de rechtbank Haarlem.
Justitie wil zo voorkomen dat Holleeder na het uitzitten van zijn straf met de overgehouden miljoenen weer nieuwe criminele activiteiten gaat financieren.
Volgens Hessel Schut, directeur van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM) is Holleeder ook na de drie jaar extra hechtenis nog niet van justitie af. „De wetgeving is onlangs aangescherpt. Vroeger kon slechts een half jaar extra hechtenis worden opgelegd. Als een veroordeelde die had uitgezeten, was de vordering ook van de baan. Nu blijft de vordering altijd bestaan, ook als iemand drie jaar heeft vastgezeten.”
Justitie denkt te kunnen bewijzen dat Holleeder nog over ruime financiële middelen beschikt. Volgens het gerechtshof staat vast dat de topcrimineel ruim zeventien miljoen euro overhield aan zijn afpersingspraktijken.
Holleeders advocaat
Steijn Franken wilde niet inhoudelijk reageren, maar zei het te betreuren dat „het OM de zaak Holleeder opnieuw via de publiciteit probeert te beïnvloeden”.