www.Holleeder.info

Dossier Holleeder


 

DE WRAAK VAN DE WEDUWE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 



 

 

 

 

 


 

 

 




 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Caroline Rijke



Een week voordat haar man Thomas van der Bijl als anonieme kroongetuige zou optreden tegen Holleeder, werd hij in zijn kroeg geliquideerd. Voor weduwe Carolien Rijke volgde een strijd. Tegen justitie om de inhoud van een kluis, maar óók om de royalty’s van de misdaadbestseller ’De Ontvoering van Alfred Heineken’. Voor het eerst treedt ze naar buiten.

Bittere strijd om opbrengst boek Heinekenontvoering na liquidatie Thomas van der Bijl

„Hij had geld nodig en verkocht mij de rechten”

door JOHN VAN DEN HEUVEL en BERT HUISJES

AMSTERDAM, zaterdag 14 november 2009

Wanneer is de maat vol? Wanneer besluit iemand te praten? Voor Carolien Rijke was dat een onbedoelde voicemail vorige week van officier van justitie Digna van Boetzelaer. Het was dé druppel voor de weduwe van kroongetuige Thomas van der Bijl, en moeder van zijn kinderen.
        PETER R. DE VRIES: „Royalty’s liggen waar ze behoren, bij de kinderen van Cor van Hout”


„Hallo Carolien, nog een keer met Digna van Boetzelaer”, klonk het monter. Hoe ’respectvol’ justitie echter binnenskamers spreekt over de vrouw die zelf ook getuigde, werd pas duidelijk nadat de hoorn niet goed werd opgelegd. „Carolien wie”, vraagt een man. Lachend spreekt de officier ineens over „die hoer van de Geldersekade”. Minutenlang roddelt ze voort. „Ze heeft er ontzettend last van dat die Van der Bijl haar met niks achtergelaten heeft. Heineken wilde ineens niet meer leveren aan hun strandtent toen duidelijk werd dat hij ook met de Heinekenontvoering te maken had.”
       Dan refereert ze aan een gesprek in bijzijn van een OM topman. „We hadden haar een zuinige brief gestuurd, en ik zeg tegen na afloop tegen Harm: het is een teringwijf, het is gewoon een teringwijf.” Met haar nieuwe partner Theo Blom, toont de weduwe zich dagen later nog steeds ontdaan. „Ik wilde ze net nieuwe stukken brengen. Nu breng ik alles naar buiten.” Het zullen opzienbarende papieren blijken…
        Haar leven was jarenlang een hel. Vóór de moord op Thomas van der Bijl was er de dreiging. „Ik wist dat hij over Holleeder sprak met toenmalig aanklager Fred Teeven. Houd er rekening mee dat we moeten verdwijnen, zei Thomas, ze willen me vermoorden.” Een week voordat Van der Bijl als kroongetuige zou worden gehoord, werd hij in zijn café geliquideerd. Wat restte waren opnamen van zijn geheime gesprekken.
       Daarin schetste hij de Heinekenontvoering, hoe hij de verdwenen miljoenen losgeld had opgegraven in Parijs en overhandigd aan Rob Grifhorst, destijds ook verdachte. Ook zette hij uiteen hoe Cor van Hout en Willem Holleeder uiteendreven, tot aan de liquidatie van Van Hout in 2003.
       „De dagen voordat ook Thomas werd doodgeschoten, waren er voortekenen”, zegt ze. Twee jongens met hetzelfde signalement als zijn latere hitmen (Dwight S. en Remy H., red.) drongen het café binnen. „Ze hadden het voorzien op de kluis. Er zat geld in, zo’n 500.000 euro in briefjes van 500. Maar ook een contract en opnamen van gesprekken met de politie op een dvd. De kluis was te zwaar, ze vertrokken zonder.”
       Op 20 april 2006 was diezelfde kluis wéér doelwit, zegt ze. „Thomas was net doodgeschoten, zijn lichaam lag nog in het café. Twee rechercheurs braken hem open. Ik heb van justitie de inhoud nooit teruggekregen”, vertelt ze. ’Maak maar een lijstje’, kreeg ik te horen.”
       Enkele contracten zaten niet in de kluis. In een witte enveloppe schuift ze een stapel papieren toe. Eerst is daar een excuusbrief van OM-baas Harm Brouwer voor het gedrag van de aanklaagster. Maar er is óók een overeenkomst, opgesteld in 1986 in Frankrijk, tussen Heinekenontvoerder Cor van Hout, Peter R. de Vries en… Thomas van der Bijl.
       Het is een document, opgemaakt op een berucht moment in de misdaadgeschiedenis. Na de kidnap van Heineken zijn diens ontvoerders Van Hout en Holleeder op de vlucht, en verblijven met huisarrest in een hotel in Parijs. Kort erop zullen ze naar het Caribisch gebied vluchten. Bij hen is dan een jonge verslaggever, Peter R. de Vries.
       In de overeenkomst van 11 april 1986 in Evry, regelt ontvoerder Van Hout dat er een boek zal komen, dat alleen met diens instemming mag verschijnen en waarin alle „revenuen voortvloeiend uit het boek” zoals interviews, buitenlandse verkoop, foto’s, film- en/of televisie- en/of videorechten, worden verdeeld.
       Van der Bijl wordt in de overeenkomst aangewezen als rechthebbende op een verdeelsleutel van de royalty’s. „Deze houdt in dat Van der Bijl, op nog nader vast te stellen wijze, 75 procent van al de opbrengsten zoals genoemd in punt 10 incasseert en De Vries, als auteur van het boek, 25 procent.” Als De Vries publiceert zonder de goedkeuring verplicht hij zich „vijf miljoen gulden” aan Van Hout te betalen.
        
Basis
        Het werd de juridische basis van het beroemdste misdaadboek uit de Nederlandse geschiedenis. Ruim twee decennia later is het onderwerp van een felle discussie, die tot nu toe in stilte werd gevoerd. Carolien Rijke eiste in september in een „vertrouwelijke en strikt persoonlijke brief” opheldering over de royaltyverplichtingen. Volgens haar moet zij veel geld ontvangen. Zij beroept zich niet alleen op het contract op 1986. Ook beschikt ze over een tweede contract uit 2001. Daarin draagt Thomas van der Bijl zijn rechten over aan háár voor de som van 59.000 gulden.
       „Voor dit bedrag verkoop ik aan CFA Rijke mijn aandeel van 75 procent aan rechten voortvloeiende uit de op 11-041986 ondertekende overeenkomst tussen Cornelis van Hout, Antonius van der Bijl en Peter R. de Vries in Hotel Ibis Avenue du Lac te Evry Frankrijk”, staat er. En: „Over het bestaan van deze verklaring/ overeenkomst, de voorwaarden en wijze waarop deze tot stand is gekomen bewaart CFA Rijke het zwijgen.”
       „Hij had toen geld nodig en verkocht mij de rechten”, zegt ze. Maar ze heeft slechts eenmaal een bedrag ontvangen van een kleine twaalf mille, op 12 juli 2006, claimt ze, ruim twee maanden na de dood van Van der Bijl.
       Een brief hierover van Rijkes advocaat komt voor De Vries als een zeer onaangename verrassing. Op 17 september reageert De Vries in een brief aan haar advocaat. Hij erkent het bestaan van het contract uit 1986. Volgens hem betrof het „een constructie”, bedacht door een fiscalist in opdracht van Rob Grifhorst.
       Tegen Grifhorst loopt momenteel een groot justitieel onderzoek, omdat hij de verdwenen Heinekenmiljoenen zou hebben geïnvesteerd. „Thomas van der Bijl werkte destijds voor de heer Grifhorst”, schrijft De Vries. „Bedoeling van deze constructie was dat de heer Heineken en/ of zijn concern geen beslag op het boek en/of de opbrengsten daarvan kon leggen.”
       Hij vervolgt: „Het was echter altijd de intentie dat Cor van Hout over zijn gedeelte van het boek de volledige zeggenschap zou houden, en ook de revenuen zou ontvangen. Alle betrokkenen, dus ook Thomas van der Bijl, wisten dat. Van der Bijl heeft ook niets aan de totstandkoming van het boek bijgedragen.” En later: „Het was de bedoeling van Cor van Hout dat de opbrengst van het boek ’verdeeld’ zou worden onder de andere ontvoerders.”

Kantinerekening
        De Vries erkent dat Van der Bijl de royalty’s ontving. „Van Hout zat toen gedetineerd vanwege de ontvoering. Van der Bijl stortte dit geld vervolgens in opdracht van/in samenspraak met Van Hout op de kantinerekening van de andere ontvoerders, kocht kleding, sportartikelen, elektronica en andere benodigdheden en ondersteunde zonodig ook het ’thuisfront’ van de ontvoerders. Van der Bijl heeft dit een aantal jaren zo gedaan, weet ik uit eigen waarneming.”
       De verdeling was een herenafspraak, stelt De Vries. „Aanvankelijk was er sprake van een percentage van 75 procent voor Van Hout/ Van der Bijl en 25 procent voor mij als schrijver, zoals u in het contract kunt lezen. Dit is bepaald voor het boek werd geschreven. Het was feitelijk een onbillijke verdeling, waarmee ik echter klakkeloos akkoord ben gegaan, omdat ik het boek ook wel voor niks had willen schrijven.”
       Later bepaalde ontvoerder Van Hout, aldus De Vries, dat een verdeling 50-50 redelijker was, vanwege hun gegroeide vriendschap en omdat hij er een jaar aan had gewerkt. De betalingen gingen naar verschillende bedrijven van Van der Bijl, schrijft De Vries. Na de moord op Cor van Hout droeg Van der Bijl echter zijn rechten over aan de erfgenamen van Van Hout, is zijn verweer.
       „Een situatie die feitelijk al zo was, werd daarmee geformaliseerd.” Vanaf 2003 jaarlijks rekende hij af met Sonja Holleeder (zus van Willem Holleeder), en moeder van de kinderen van Van Hout. De Vries legt daarbij als bewijs aan de advocaat een nieuwe – derde – verklaring over, tussen Van der Bijl, Sonja Holleeder en hemzelf, gedateerd op 21 april 2003.
       „Ik ben mijn verplichtingen altijd correct nagekomen. De rechten van het boek behoorden feitelijk aan Van Hout en ondergetekende toe. Alle betrokkenen wisten dat… De rechten liggen nu waar ze behoren. Bij de kinderen van Cor van Hout. Van Hout wilde dat. Van der Bijl wilde dat.”
        Caroline Rijke zegt het met klem: als haar Thomas al heeft getekend, dan was dat onder grote druk. „Bovendien is die verklaring niet rechtsgeldig, want hij had de rechten al aan mij overgedragen. In april 2003 werd Thomas ernstig bedreigd door Holleeder. Hij werd voor het café in elkaar geslagen en werd meegenomen. Ze willen dat ik de rechten overdraag, zei hij stotterend en huilend.
       Willem Holleeder is toen met zus Sonja ook in ons café De Hallen geweest.”
       Volgens De Vries heeft de weduwe nergens recht op. Een passage in een proces-verbaal van 9 juni 2003, ondersteunt zijn lezing, zegt hij. Van der Bijl verklaart daarin over een mishandeling bij zijn strandtent. „Ongeveer vier weken geleden heb ik mijn gedeelte van de aandelen teruggegeven aan de vrouw van Cor van Hout, want ik vond dat die daar recht op had. Ik heb deze gegeven aan Sonja en Francis Holleeder.”
        
Bang
        De Vries stelt in 2006 ook nooit aan de weduwe te hebben betaald. Na 2003 gingen álle betalingen naar de erven van ontvoerder Van Hout, zegt hij. „Caroline wist niks van de andere betalingen, die ik heb gedaan. Hoe kan dat als je de rechten hebt gekocht voor veel geld?”
       Het leven van Carolien Rijke en haar partner Theo Blom bestaat nu uit strijd. „We zijn zelfs bang dat ons wat overkomt”, zegt Theo. Carolien: „Ik doe het ook voor de kinderen. Met hen gaat het weer beter. Een gaat naar de havo, de ander naar businessschool. Zelf ben ik alles kwijt. De rekeningen stapelden zich op. Justitie wilde slechts een fooi betalen, terwijl een burger als Thomas zijn leven gaf. Het geld uit de kluis is weg. Café De Hallen is ons afgenomen, onze strandtent Venice Beach is weg. We staan alleen en zullen vermoedelijk niet in Nederland blijven. Voor ons is er geen leven meer, hier.”


De Telegraaf, 14 november 2009

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Bierbrouwer Alfred Heineken (links) en zijn chauffeur Ab Doderer, daags na hun vrijlating in 1983.


Heinekenontvoerders Holleeder (rechts) en Van Hout (tweede van links) in 1986 bij een politiebureau in Parijs, waar ze hotelarrest hebben.


Thomas van der Bijl



De Vries presenteert in 1987 zijn boek De ontvoering van Alfred Heinken