Theo Heuft geeft exclusieve rondleiding in
Holleeder's clubhuis-Yab Yum
BIJNA 25 JAAR gaf hij leiding aan het beroemdste bordeel ter wereld. Van Amerika tot China werden zijn gasten aangetrokken door de ’erotische magneet’ aan de hoofdstedelijke Singel 295. Beursjongens, vastgoedmagnaten, de eerste 06-miljonairs: na het zaken doen werd menige deal feestelijk beklonken met ’bubbels en beauty’ in Yab Yum. Het bedrijf zette in al die jaren naar schatting enige honderden miljoenen euro’s om. In zijn biografie ’Yab Yum’ beschrijft oprichter/eigenaar Theo Heuft (74) de opkomst en ondergang van zijn roemruchte sekshuis. Aangrijpend is het hoe de ondernemer gedetailleerd verhaalt over hoe hij jarenlang gebukt is gegaan onder de terreur van de Amsterdamse onderwereld. Met, als triest dieptepunt, na jarenlange zware afpersing, de uiteindelijke, gedwongen ’verkoop’ van zijn levenswerk Yab Yum.
THEO HEUFT onthult in boek hoe zijn beroemde bordeel in handen kwam van onderwereld
’ZO WERD YAB YUM VAN MIJ AFGEPAKT
„Klaas Bruinsma deelde mij dood leuk mee: Ik word jouw compagnon”
„Opeens een oorverdovend geratel. Kogels doorboorden de voordeur”
door MARTIJN KOOLHOVEN
AMSTERDAM, zaterdag„Het feestje van de heren heeft ongeveer drie uur geduurd. Aan het piepen van de banden van hun gepantserde auto’s hoorde ik dat ze om zeven uur eindelijk vertrokken. Zelf had ik mij teruggetrokken in mijn kantoor twee huizen verderop langs de gracht. Het ergste vermoedend liep ik Yab Yum binnen. Ik keek verbijsterd in het rond. Alles – maar dan ook alles – was vernield. Alle ramen van de hal lagen eruit, de stoelen waren door de bar gesmeten en lagen in stukken op de vloer... Alle glazen waren stuk… De boeddha’s, die minstens vijftig kilo wogen, waren door de zaak geslingerd… Champagneflessen waren tegen de muren kapot gegooid… Deuren waren met een bijl bewerkt. Het was één ravage.”
„Volgens mij hadden de heren (topcrimineel Klaas Bruinsma en zijn voormalige partner, de Engelsman Roy Adkins, MK) nog nooit zo hard gewerkt. Vreemd genoeg hadden ze het pronkstuk van de zaak, de boeddhatempel met een geschatte waarde van E 250.000, over het hoofd gezien… De tranen stonden mij in de ogen. Hoe moest ik hier in hemelsnaam mee verder? Zoals altijd was de politie bellen geen optie. De zaak zou met sluiting worden bedreigd als er teveel ’incidenten’ waren en bovendien zou de heer Bruinsma not amused zijn als ik de politie inschakelde. Dat was de spagaat waarin ik mij bevond. Ik moest er maar het beste van zien te maken.” (…) „Zij hadden mijn zaak uitgeroepen tot clubhuis en gebruikten het ook als zodanig. De aanhang van de Dominee was groot, zowel fysiek in omvang als in aantal, en zeer nadrukkelijk aanwezig in de club. Bij deze mensen leefde het idee dat een club als Yab Yum eigenlijk bij hen hoorde, en nog erger zelfs, dat ik ook een van hen was. Het ging zo ver dat Bruinsma mij op een zomeravond doodgemoedereerd meedeelde: ’Theo, ik word jouw compagnon’.”
„Ja zeggen, betekende dat ik met een crimineel bekend staande compagnon geen toekomst meer zou hebben, de situatie dat Yab Yum door de politie werd gedoogd zou dan voorbij zijn. Nee zeggen was ook geen optie, want dat zou niet worden geaccepteerd.”
„Op 27 juni 1991 om vier uur in de ochtend werd Klaas Bruinsma geliquideerd voor het Hilton Hotel in Amsterdam. Het machtsvacuüm werd opgevuld door twee voormalige bodyguards van Bruinsma en waar hij nog een bepaalde gedragscode hanteerde, stoorden zij zich aan God noch gebod. Zij waren zo mogelijk nog gewelddadiger dan Klaas en hun nadrukkelijke aanwezigheid in de club heeft mij veel klanten gekost.”
„Ik had het gevoel dat ze voor mij, als éminence grise, nog wel enig respect hadden, maar het personeel leefde soms op de toppen van zijn zenuwen. Er was voor die lui maar een kleine aanleiding nodig om tot geweld over te gaan, waarbij het gebruik van vuurwapens ook binnenshuis niet werd geschuwd. Voor de lol werd er wel eens in het rond geschoten. Het mag een wonder heten dat er nooit een bubbelbad op de bovenliggende etage, goed voor driehonderd liter water, geraakt is.”
„Op een avond, een winterse zondagavond in 1997, kreeg ik van een Joegoslaaf een pistool op mijn hoofd. Omdat de Joegoslaaf die dit deed werd afgeleid door de chef (Jan, MK), lukte het mij om het pand via de achterdeur te verlaten. Om een heftige indruk te maken, vond de Joegoslaaf het nodig om met de kolf van zijn pistool de barman Leo een knal te verkopen, waardoor deze ineenzakte achter de bar. Een van de twee aanwezige klanten werd mishandeld, waarna hij wegging.”
„Twee dagen later, op een dinsdagavond dat Mony (partner Theo Heuft, MK) en ik samen aan het werk waren, klonk er opeens een oorverdovend geratel. Kogels doorboorden de voordeur, kwamen in het plafond terecht, waardoor Mony bedolven werd door het losgeslagen kalk. Ze leek wel Sneeuwwitje. Gelukkig hadden we een hoge stoep, vandaar dat de kogels niet recht door de deur gingen, maar schuin naar boven afgevuurd werden en in het plafond sloegen. Het was duidelijk dat de man die zondagavond indruk wilde maken, ook op dinsdagavond zijn gevaarlijke kant wilde tonen. De voormalige bodyguard van Bruinsma zei me met volle overtuiging: ’Het zal nooit meer gebeuren, dat verzeker ik je’. Direct begreep ik dat hij dus wist over wie het ging. Ik herhaal het nog maar eens: de politie bellen was geen optie. Hoewel er heel goed werd verdiend bij Yab Yum, was dit toch de moeilijkste tijd. In deze periode kwam het „Opeens gevaar steeds dichterbij. De onoorverdovend derwereld was de baas in Amstergeratel. dam en niet het wettig gezag.” (…) Kogels „In de middag van de 13e januari gebeurde er iets waardoor mijn wereld in elkaar zou storten. Ik werd gebeld door een externe medewerker van Yab Yum. Hij deelde mij mee dat twee criminelen van plan waren mij te vermoorden. Ze hadden hem benaderd om mij te waarschuwen. Ik was helemaal lamgeslagen.”
„Precies op de afgesproken tijd kwam de machtigste man van de Amsterdamse onderwereld mijn zaak binnenlopen. Het enige wat hij zei was ’meekomen’. Ik moest met hem meelopen naar een van de kamers op de eerste verdieping. Daar trok hij een groot pistool met een laserrichtmiddel uit zijn broeksband en zwaaide ermee voor mijn gezicht. Ik zag het rode richtlichtje door de kamer dansen.”
„Ik kreeg de mededeling dat ik twee miljoen moest betalen. Nog zie ik dat rode richtlichtje van dat lasergerichte pistool over de muren dansen. Het Arafatsjaaltje om de rood aangelopen, doorgesnoven kop van de afperser. Zijn opgefokte gesnauw met steeds maar weer dat terugkerende bedrag van twee miljoen. En de sinistere toevoeging dat als ik dat niet zou betalen, ik een probleem had ’dat niet meer opgelost kon worden’. Ik herinner mij nog de verraderlijke rust toen hij even overleg ging voeren met zijn compagnon, waarna hij niet veel later terugkwam met een korting van acht ton – en datzelfde lasergerichte pistool…”
„Ik werd nog steeds niet met rust gelaten. Vanuit het raam van mijn huis zag ik de afperser geregeld in een gepantserde auto met getinte ramen langsrijden. Vanuit zijn opengedraaide raampje keek hij me aan. Zijn arm hing buiten tegen het portier. In zijn hand een pistool. Ik zat opgesloten in mijn eigen huis. Het was overduidelijk wie de baas was in Amsterdam. Yab Yum bleef in die dagen gewoon open en het personeel hield de zaak draaiende. Dagelijks kwam een van de medewerkers de omzet van die nacht brengen. Het viel wel op dat die steeds minder werd.”
„Ik realiseerde me dat mijn levenswerk, het instituut met wereldwijde bekendheid, ten onder zou gaan. Sluiting van Yab Yum leek mij onvermijdelijk.” (…) „Op een maandagochtend reden we samen naar Amsterdam-Noord. Daar stelde hij mij voor aan Henny Vittali, een vakgenoot, die ik overigens nooit eerder had ontmoet. In het tweede gesprek deed hij een bod op Yab Yum.”
„Hij bood niet de hoofdprijs, maar gezien de situatie waarin ik mij bevond, kon ik hem dat niet echt kwalijk nemen. Het was voor mij onmogelijk om Yab Yum bedrijfsmatig voort te zetten en onder de toenmalige omstandigheden wilde ik dat ook helemaal niet meer. Criminaliteit had in Amsterdam zó de overhand gekregen, dat ik graag uit het wereldje wegwilde.”
„De details werden in de dagen daarna door de notaris uitgewerkt, waarna de overeenkomst door Vittali en mij werd ondertekend. De verkoop was een feit. Het klinkt misschien raar, maar het was alsof een enorme last van mij afviel. Ik werd bevangen door een gevoel van opluchting. De afpersers hebben de aow-gerechtigde leeftijd overigens lang niet gehaald. Ze zijn allebei door wapengeweld om het leven gekomen. De littekens die ze bij me achterlieten door de enorme inbreuk op mijn persoonlijke leven, zullen nooit meer verdwijnen.” (…)
„De afpersing door de twee gewezen Bruinsma-bodyguards en de daarop ongewilde verkoop, waren me uiteraard niet in de koude kleren gaan zitten. Daar kwam de Belastingdienst nog bij, want die vond de overdracht een vreemde zaak: voor zó weinig geld de Yab Yum van de hand doen, daar moest meer achter zitten. Ik werd aangeslagen voor wat ze noemen ’uitdeling’, het te goed verkopen van iets. De aanslag kwam keihard aan. Zestien miljoen gulden.”
Theo Heuft, weer even terug in wat ooit zijn roemruchte bordeel Yab Yum was.
„Voor de lol werd er wel eens in het rond geschoten. Het mag een wonder heten dat er nooit een bubbelbad op de bovenliggende etage, goed voor driehonderd liter water, geraakt is.”
FOTO’S: MATTY VAN WIJNBERGEN EN RICHARD MOUW