|

Eerder publiceerde Crimesite gedeeltes uit het artikel van Stan de Jong en Nieuwe Revu (linkt door naar het interview met Erik de Vlieger). Vandaag het hele verhaal over Zion Eini, de man die niet mag getuigen. Zion Eini is een sleutelfiguur in de afpersingszaak van Erik de Vlieger. De Israëliër voerde in 2005 in het diepste geheim gesprekken met de Amsterdamse politie. “Ik ben bereid te getuigen,” zegt hij. “Maar justitie is bang dat ik een doos van Pandora open.” Over dubbelspel, corruptie en de wankele positie van Erik de Vlieger. Zion Eini: ‘Justitie krijgt mij op een presenteerblaadje aangeboden. Ik hoef geen miljoen en geen bescherming. Er moet dan toch wel iets heel groots spelen als men daar geen gebruik van maakt’
Het is mei 2005 als een geheime afvaardiging van de Amsterdamse politie op het vliegveld van Tel Aviv landt. De delegatie bestaat uit twee agenten van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE), zeg maar de geheime dienst van de politie, en hun chef. De stemming onder het drietal is opgewonden, een beetje gespannen zelfs, want zo dadelijk zullen zij op een al even geheime locatie de Israëlische Nederlander Zion Eini ontmoeten. Zion is de telg van een roemruchte (of wellicht beter: beruchte) Israëlische familie die begin jaren negentig bekend werd vanwege het runnen van dubieuze wisselkantoortjes op het Damrak in Amsterdam. De wisselkantoren bleken dienst te doen als witwasserettes voor Colombiaans en Russisch cocaïnegeld. Enkele leden van de familie Eini, onder wie Zion, werden in 1994 veroordeeld. Een zaak die internationaal bekendheid verwierf onder de naam Operatie Gouden Kalf.
Zion Eini kan de CIE’ers een schat aan informatie verstrekken over de Amsterdamse onderwereld en de verstrengeling met de bovenwereld, zo is de verwachting. Via zijn zakelijke en persoonlijke connecties kent Zion Eini het milieu van binnen en buiten. Maar de CIE’ers zijn met name geïnteresseerd in wat Eini te vertellen heeft over de afpersingszaak waarbij Erik de Vlieger is betrokken. De flamboyante Amsterdamse zakenman, die met zijn bedrijf Imca een imperium in vastgoed, luchtvaart en media opbouwde, is in een lastig parket beland. De Vlieger zou niet alleen het slachtoffer zijn van afpersing door zijn eigen securityman, de eveneens uit Israël afkomstige Itzhak Meiri; tevens wordt hij zélf verdacht van afpersing. Het gaat daarbij om de aan het Leidseplein gelegen horecagelegenheid Grand Café Raffle’s. De eigenaar van Raffle’s, de Uruguayaan Alberto Fernandez, heeft verklaard dat hij onder dwang zijn zaak aan De Vlieger heeft overgedaan. Volgens het Openbaar Ministerie hebben De Vlieger, diens rechterhand Harm Prins en beveiligingsman Ithzak Meiri de ondernemer afgeperst. De CIE hoopt dat Zion Eini het verhaal van Fernandez bevestigt - Eini is namelijk degene die bij het conflict met De Vlieger door de Uruguayaanse kroeguitbater in de arm is genomen. Een bron uit de eerste hand dus.
Justitie heeft een hartgrondige hekel aan de goedgebekte De Vlieger en wil hem graag laten zweten. Toch is het niet de scalp van De Vlieger waar men uiteindelijk op uit is. In die meidagen van 2005 draait het al allemaal om de strafzaak die het OM aan het opbouwen is tegen de gevreesde Amsterdamse onder-wereldkoning Willem Holleeder. Volgens justitie zit ook De Vlieger in de tang van de voormalige Heineken-ontvoerder. Holleeder wordt ervan verdacht een aantal vastgoedmagnaten te hebben afgeperst, onder wie Willem Endstra, Rolf Friedländer, John Wijsmuller en Erik de Vlieger. Maar de eerste kan niet meer verklaren (Endstra werd in mei 2004 geliquideerd) en de overigen ontkennen te zijn afgeperst. Door druk te zetten op De Vlieger in de Raffle’s-zaak hoopt justitie dat de zakenman zal doorslaan en gaat verklaren over Holleeder. Het is een sluw spel dat De Vlieger op zijn beurt ongetwijfeld als een alternatieve vorm van afpersing zal beschouwen. En waarbij Zion Eini een sleutelrol speelt.
Drie dagen lang verblijft de CIE-delegatie in Israël, zo vertelt een goed ingevoerde bron. Er worden urenlange, intensieve gesprekken gevoerd met Eini. Doel is hem over te halen in de Raffle’s-zaak een verklaring af te leggen. Enigszins tot hun verrassing blijkt Eini daartoe best bereid te zijn. De Israëliër zegt toe te getuigen in de strafzaak tegen De Vlieger en Itzhak Meiri, wil dat openlijk (dus niet anoniem) doen en eist geen kroongetuigenregeling of onkostenvergoeding. Slechts één voorwaarde stelt hij: Eini wenst niet langer in Nederland als ongewenst vreemdeling te boek te staan.
De status van ongewenst vreemdeling heeft Zion Eini te danken aan zijn rol in de eerder genoemde Gouden Kalf-zaak. Een zaak die eind jaren tachtig begint. De familie Eini komt oorspronkelijk uit Rehovot, een Israëlische stad ten zuidoosten van Tel Aviv, maar verblijft op dat moment al een jaar of vijftien in Nederland. De Eini’s runnen een shoarmazaak en een pizzeria in Leiden. Dan krijgt men een tip voor een zakelijke activiteit die vermoedelijk heel wat lucratiever is dan het serveren van pitabroodjes: het openen van wisselkantoren. De tip wordt naar verluidt verstrekt door ‘ome Jaap’ Kroonenberg, godfather van het hoofdstedelijke vastgoed. De steenrijke Kroonenbergs en de Eini’s kunnen het wonderwel goed met elkaar vinden en komen ook privé bij elkaar over de vloer. Op het Damrak opent de familie Eini op advies van Ome Jaap een aantal wisselkantoren. Het is een gouden investering waar vooral de penoze zijn voordeel mee doet. Koffers met miljoenen aan buitenlandse valuta worden bij de Eini’s afgeleverd met het verzoek die te wisselen. Het geld blijkt onder meer afkomstig van een Colombiaans drugskartel. De Israëlische familie profiteert volop van de op dat moment gebrekkige wetgeving op dit terrein.
Tijdens een grootscheepse internationale operatie van politie en justitie wordt de bende in oktober 1993 opgerold. Onder de gearresteerden bevindt zich het hoofd van de familie, Naji Eini, zijn zoons Ami en Menasje en hun neefje Zion. De Eini’s worden veroordeeld tot gevangenisstraffen variërend van negen maanden tot twee jaar wegens oplichting, heling en deelname aan een criminele organisatie. Ook moeten zij forse boetes ophoesten. Zion Eini krijgt een gevangenisstraf van achttien maanden (waarvan vijf voorwaardelijk) en moet een geldsom betalen van 25.000 gulden.
Op het moment van zijn arrestatie is Zion pas 19 jaar oud. Hij is niet eerder veroordeeld en, zo verklaart zijn advocaat Freek van der Brugge, zal tot op de dag van vandaag nimmer voor andere strafbare feiten worden vervolgd. Na een gevangenisstraf van negen maanden komt de jongeman, die bekend staat als ondernemend, brutaal en intelligent, op vrije voeten. We schrijven dan voorjaar 1995. Ondanks het feit dat Zion vanaf dat moment formeel ongewenst vreemdeling in Nederland is, wordt hem in Amsterdam geen strobreed in de weg gelegd. De gewiekste Israëliër begint een aantal horecazaken en investeert in onroerend goed. Onder meer baat hij de club Zyon uit, een discotheek op de Nieuwezijds Voorburgwal. Alles verloopt naar wens.
Maar rond 2003 komt er een kink in de kabel. Zion is een van de eerste ondernemers die te maken krijgt met de omstreden Wet BIBOB. Deze wet is bedoeld om de integriteit van lokale ondernemers te checken. Anders gezegd: te kijken of zij banden onderhouden met de onderwereld. Op grond van niet altijd even heldere criteria kunnen horeca- (of prostitutie-)exploitanten vergunningen worden onthouden of afgenomen. Zo wordt momenteel de bekende pornobaron Charles Geerts, die een groot aantal kamers op de Wallen bezit, op grond van de Wet BIBOB het leven zuurgemaakt.
Het is vooral het ongewenst vreemdelingschap dat Zion Eini parten speelt. Op overtreding ervan staan gevangenisstraffen van enkele maanden. En ja, hij is nu eenmaal met de regelmaat van de klok in de hoofdstad te vinden. Ook de niet altijd even verfijnde wijze van zakendoen door de Israëliër en zijn vermeende banden met onderwereldfiguren spelen een rol.
Op 11 november 2004 zal in het stadhuis van de gemeente Amsterdam een hoorzitting plaatsvinden over een aantal BIBOB-zaken waarbij Eini betrokken is. Een dag ervoor wordt de ondernemer plotseling van de straat geplukt. “U bent gearresteerd omdat u ongewenst vreemdeling bent,” zegt een agent. Zion breng een paar nachtjes door in de cel, maar moet enkele dagen later alweer vrij worden gelaten. Begin december wordt hij opnieuw opgepakt en aan de vreemdelingen-politie uitgeleverd die hem op 8 december 2004 het land uitzet. Uitgerekend op de dag dat De Vliegers rechterhand Harm Prins en security-medewerker Itzhak M. worden gearresteerd op verdenking van afpersing van Raffle’s-eigenaar Fernandez. Een samenloop van omstandigheden die De Vlieger c.s. niet als toevallig beschouwt en aanleiding zal geven tot de nodige complottheorieën. Hoe dit ook zij, Zion wordt het vanaf die datum wel heel lastig gemaakt om zijn zaken in Nederland te regelen en kan zich niet meer persoonlijk verdedigen in de BIBOB-kwesties.
Kortom, er is Zion Eini wel wat aan gelegen om van het predikaat ‘ongewenst vreemdeling’ af te komen, zo hoort de CIE-delegatie die hem in mei 2005 in Israël opzoekt. En men denkt het wel te kunnen regelen. Het is een geringe tegenprestatie voor een getuige van zijn niveau. Zeker als men bedenkt dat de ongewenstverklaring na vijf jaar aantoonbaar verblijf in het buitenland sowieso eindigt. Het zal dus een kwestie van tijd zijn dat Zion mag gaan en staan waar hij wil. Maar blijkbaar kan Zion, die ook een gevoelsband met Mokum onderhoudt, dat geduld niet opbrengen. Als de CIE’ers terugkeren in Nederland stelt men justitie van de vruchtbare gesprekken op de hoogte en wordt de vlag uitgehangen. Een cruciale getuige tegen De Vlieger en Itzhak M. is door de agenten vakkundig naar binnen gehengeld. En dat gratis en voor niets!
Niettemin zal het nog een poos duren voor de overeenkomst met Eini kan worden beklonken. Niet iedereen bij justitie is even verguld van dealen & wheelen met lieden met een dubieuze achtergrond. Er moeten bovendien zaken worden geregeld. Zoals een rechtshulpverzoek aan Israël en het bewerken van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) die beslist over het ongewenst vreemdelingschap.
Exact een jaar na de ontmoeting in Israël lijkt de deal in kannen en kruiken.
Het is mei 2006 als opnieuw een delegatie op het punt staat naar Het Beloofde Land af te reizen. Een veel zwaardere delegatie ditmaal. Onder hen de Amsterdamse officier van justitie Michiel Zwinkels (inmiddels benoemd als opvolger van Fred Teeven in de zaak-Holleeder) en een rechter-commissaris. Men wil de getuige in de zaak-De Vlieger nu formeel een verklaring afnemen. Maar dan krijgt Eini -een dag voor het bezoek- een telefoontje. De zaak zou ‘politiek te gevoelig liggen,’ meldt een CIE’er, en de missie wordt op het laatste moment afgeblazen. De beslissing zou zijn genomen door de top van het Openbaar Ministerie. Wat er onder ‘politiek gevoelig’ wordt verstaan, is niet duidelijk. Maar zeker is dat Eini naast het geven van informatie over De Vlieger en consorten nog het een en ander kan ver-tellen: hij beweert harde informatie te bezitten over corruptie binnen politie en justitie. Het afgelaste werkbezoek leidt in elk geval tot de nodige spanningen binnen het politiekorps Amsterdam/Amstelland, zo meldt een goed ingevoerde bron. Eén CIE’er is zo gefrustreerd over de gang van zaken dat hij wordt over-geplaatst naar een andere afdeling.
In alle opzichten is het een verbazingwekkend verhaal. Niet alleen vanwege de mogelijke corruptie binnen de overheidsdiensten -we zijn inmiddels wel wat gewend-, maar vooral ook omdat justitie heeft beweerd dat Eini niet als getuige kon worden gehoord, aangezien hij onvindbaar was. Nu duidelijk is dat de CIE al in mei 2005 uitgebreid met hem heeft gebabbeld, is dat natuurlijk een onzinverhaal. In een reactie laat justitie weten geen enkele mededeling over de zaak te willen doen.
Gezien het feit dat justitie en politie er het zwijgen toe doen, is er slechts één persoon die meer duidelijkheid kan verschaffen, en dat is Zion Eini zelf. Op een locatie ergens in het zuiden van Europa vinden we hem. Zijn bedrijf blijkt gevestigd op een klein industrieterrein vlak bij een haven. De Israëliër heeft tot op heden altijd geweigerd Nederlandse journalisten te woord te staan. Op voorwaarde dat zijn verblijfplaats niet bekend wordt gemaakt -hij heeft geen behoefte aan nog meer journaille- is hij bereid een statement af te geven. “Maar ik ga niet inhoudelijk op de zaak-De Vlieger in,” benadrukt hij.
De inmiddels 33-jarige Zion maakt de indruk een geslaagd zakenman te zijn met wie niet valt te sollen. Hij draagt scherp gesneden pakken en op maat gemaakte schoenen, is goed gesoigneerd en rijdt een snelle BMW. Zijn zakelijk imperium bestaat uit onroerend goed en horeca, en hij exploiteert casino’s en hotels in heel Europa. Jazeker, hij is well to do. Enige tijd geleden sloot Eini een deal met de beursgenoteerde Private Media Group - een erotiekbedrijf dat dvd’s produceert in het chiquere pornogenre. De bedoeling is Private gentleman’s clubs te openen in diverse grote steden. In Barcelona en Boekarest zijn reeds nachtclubs met paaldanseressen opgestart; Amerika en China moeten volgen. In zijn kantoor, waar een handvol veelal jongere werknemers achter hun pc’s zit, bezigt Eini een veelheid aan talen. Hij spreekt Nederlands met een sterk Hebreeuws accent, maar is prima te volgen.
Desgevraagd bevestigt Eini dat hij met politie en justitie afspraken heeft gemaakt. “De CIE is in mei 2005 inderdaad bij mij in Israël geweest. We hebben twee volle dagen gesprekken gevoerd. De afspraak was dat ik in Nederland zou komen getuigen. Op voorwaarde dat ik verlost zou worden van het ongewenst vreemdelingschap. Het duurde een jaar voordat ze alles geregeld hadden. Een dag voordat een gezelschap, inclusief officier van justitie Michiel Zwinkels, in mei 2006 naar Israël zou komen om een verklaring af te nemen, werd het plan afgeblazen. Ik weet dat nog goed, omdat ik op dat moment in mijn nachtclub in Boekarest was en op het punt stond het vliegtuig naar Israël te nemen. Ik was verbijsterd en ook wel beledigd. Een CIE’er met wie ik geregeld contact had, liet weten dat ‘de zaak voor de politiek te zwaar’ was.”
Wat daar zijns inziens mee werd bedoeld? “Ik heb het gevoel...” begint Eini voorzichtig. “Kijk, ik kan het niet los zien van bepaalde informatie waarover ik beschik aangaande corruptie in de top van het politie- en justitieapparaat. Ik kan me tenminste geen andere reden voorstellen. Zegt u eerlijk: justitie krijgt mij als getuige in een belangrijke zaak op een presenteerblaadje aangeboden. Ik hoef geen miljoen en ik hoef geen bescherming. Er moet dan toch wel iets heel groots spelen als men daar geen gebruik van maakt. Blijkbaar is jusititie bang dat ik een doos van Pandora open.”
Maar waarom wil Eini eigenlijk getuigen? Het is toch niet van gevaar ontbloot. “Ik heb op mijn 19de een faux pas gemaakt,” legt hij uit. “Na mijn detentie heb ik besloten verder alleen nog legaal zaken te doen. Maar de laatste tijd word ik geregeld in de media zwartgemaakt. Ik wil mij verdedigen en mijn blazoen zuiveren. Overigens: ik ben nog steeds bereid voor de Raffle’s-zaak naar Nederland te komen om een verklaring af te leggen. Schijft u dat maar op!” En daar wil Eini het op deze late vrijdagmiddag -hij houdt zich strikt aan de sabbat- graag bij laten.
Voor Eini is hiermee dus voorlopig de kous af. Maar dat geldt niet voor Nico Meijering, de advocaat van De Vliegers securityman Itzhak Meiri. In december 2006 werd Itzhak M. door de rechtbank in Dordrecht tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens af-persing, onder meer in de Raffle’s-zaak. Op geraffineerde wijze zou de ex-scherpschutter van een speciale Israëlische gevechtseenheid het vertrouwen van zijn slachtoffers hebben gewonnen om hen vervolgens geld uit de zak te kloppen. “Deze zaak is doorspekt met geheime agenda’s,” zegt Meijering. “Keer op keer heb ik moeten vaststellen dat er buiten de rechter en de verdediging om activiteiten worden ontplooid die nooit in het geheim hadden mogen plaatsvinden. Nu blijkt dus ook nog eens dat Eini in 2005 gesprekken heeft gevoerd met de CIE. Dat is explosieve informatie.”
De verdediging heeft vele malen aangedrongen op het horen van Eini. Als in augustus 2006 voor de zoveelste maal wordt gevraagd hoe het staat met de getuigenverhoren die zijn gepland, laat de rechter-commissaris weten dat getuige Eini nog altijd niet definitief is gesignaleerd. Ook zegt hij dat de getuige niet naar Nederland kan en ook niet wil komen. Als we Eini mogen geloven, zijn dat dus glasharde leugens. Een vrijgeleide voor drie dagen verblijf in Nederland was trouwens al geregeld, zo blijkt uit stukken die Nieuwe Revu heeft kunnen inzien.
Ook Erik de Vlieger, die kort geleden formeel in staat van beschuldiging is gesteld in de Raffle’s-zaak, heeft al vaak zijn verbazing uitgesproken over het feit dat Eini het land uit werd gezet, nota bene op de dag dat zijn rechterhand Harm Prins en Itzhak Meiri werden aangehouden. De gesneefde tycoon meent dat de beschuldigingen dat hij Raffle’s-uitbater Fernandez onder dwang zijn zaak afhandig heeft gemaakt kant noch wal raken. Alles zou keurig via de notaris zijn verlopen. Zijn bewakingsman Itzhak Meiri had hij slechts ingeschakeld, omdat hem ter ore was gekomen dat de tegenpartij (Fernandez) met een eigen zware jongen op de proppen zou komen: Zion Eini. ‘Ik vond het een prettig gevoel dat er iemand bij zou zitten. Itzhak en Eini hebben toen Hebreeuws met elkaar gesproken. Het gesprek klonk heel vriendelijk...’
Nee, als er al sprake is geweest van bedreigingen in de Raffle’s-zaak, heeft De Vlieger verklaard, dan moet justitie bij Eini zijn. Die zou dreigende taal aan zijn adres hebben geuit: ‘I will make De Vlieger dance.’ De Vlieger beschuldigt de Israëliër er ook van directeuren van de Kroonenberg Groep met de dood te hebben bedreigd (zie kader). Een zaak die overigens niets met Raffle’s van doen heeft.
Maar het is de vraag of De Vlieger en Itzhak Meiri veel te winnen hebben bij een verklaring van Eini. Als de voortekenen niet bedriegen, zal Eini de lezing van de Uruguayaan Fernandez volledig onderschrijven. Tot nu toe lijkt de strafzaak tegen De Vlieger tamelijk zwak voor justitie. Er is de verklaring van Fernandez - veel meer is er niet. Als daar de getuigenverklaring van Eini bijkomt, wordt het bewijs een stuk overtuigender. De sleutel in deze zaak ligt dan ook nog steeds in handen van Zion Eini. In die zin waren zijn woorden ‘I will make De Vlieger dance’ profetisch. Het bestaan van Erik de Vlieger hangt inderdaad aan een zijden draadje ■
De Raffle’s- zaak
Een joviale kerel en prima moppentapper, maar een beroerd zakenman. Zo is de indruk van de Uruguayaanse ex-profvoetballer Alberto Fernandez. De uitbater van Raffle’s aan het Leidseplein wordt op de huid gezeten door schuldeisers. Er zijn diverse partijen geinteresseerd om zijn zaak over te nemen. Zo willen Erik de Vlieger en diens toenmalige compagnon Willem Endstra wel een belang nemen. Volgens bronnen zou -via Endstra- ook Willem Holleeder investeren in de kroeg. Als de primaire huurder Heineken dit ter ore komt, gaat dat om begrijpelijke redenen niet door. Endstra trekt zich terug. Minder bekend is dat ook een andere zakenman op het vinkentouw zit: Zion Eini. Saillant is dat De Vliegers rechterhand Harm Prins, die de onderhandelingen met Fernandez voert en de bedrijfsvoering voor zijn rekening zal nemen, in het verleden voor Eini heeft gewerkt.
In de onderhandelingen tussen De Vlieger en Fernandez krijgt de laatste het gevoel dat hem langzaam de zaak wordt ontnomen. Zijn belang wordt teruggeschroefd van 50 naar 20 procent. Volgens Fernandez zou Harm Prins zijn beloftes de schuldeisers af te lossen niet nakomen, maar wel de cash die uit de exploitatie voortvloeit in zijn zak steken. Het gevoel dat hij wordt afgeperst, wordt versterkt als zware jongen Itzhak M. opduikt die de security voor De Vlieger regelt. De zaak escaleert tijdens een meeting waar De Vlieger en Itzhak tegenover Fernandez en Eini komen te zitten. Fernandez doet aangifte van afpersing. De Vlieger ontkent.
Doodsbedreiging Kroonenberg ‘onzinverhaal’
Volgens Erik de Vlieger heeft Zion Eini niet alleen hem bedreigd, maar zou die ook directeur Lesley Bamberger en financiële man Erik Bos van de Kroonenberg Groep met de dood hebben bedreigd. De laatste zou aangifte hebben gedaan. “Onzin,” zegt Eini. “We hadden alleen een zakelijk verschil van mening.” Het geschil draait om een berucht pand aan de Amsterdamse Halvemaansteeg waar de Baja Beach Club zat. Oorspronkelijk is het pand van de Kroonenberg Groep, de grootste particuliere investeerder in Amsterdam. Maar de huurder, een crimineel die wordt aangeduid als De Sigaar, weigert zijn schulden te betalen. Om van de toestand af te zijn wordt het gebouw doorgeschoven naar pandjes-baas Bertus Lüske, op voorwaarde dat die de problemen de wereld uithelpt. Maar als de deurwaarder de tent sluit, is De Sigaar woedend. Hij meent dat zijn ‘investeringen’ in de club teniet zijn gedaan en begint zowel Lüske als Kroonenberg af te persen. Lüske weigert te betalen. Uiteindelijk zal de pandjesbaas in 2003 worden geliquideerd.
Ten einde raad roept Lesley Bamberger, kleinzoon van Jaap Kroonenberg, de hulp in van de bevriende en gevreesde familie Eini. Met financiering van Kroonenberg neemt Zion Eini het pand over en is vast voornemens de club te gaan exploiteren. Maar de gemeente weigert (in het kader van de BIBOB-wet) een vergunning af te geven. Eini zit nu met een besmet pand in zijn maag waar hij niets mee kan en wil dat Kroonenberg de zaak terugkoopt. “In de onderhandelingen zijn stevige woorden gevallen, maar van bedreigingen was geen sprake,” beweert Eini. De advocaat van Eini laat weten dat zijn cliënt nimmer is gehoord in deze zaak, laat staan dat er een formele aanklacht tegen hem is ingediend. De Kroonenberg Groep wenst geen commentaar te geven.
Justitie meent dat Erik de Vlieger (boven) in de tang zit van Willem Holleeder. De Vlieger weigert te verklaren.
Bron: Crimesite
|
|
|