www.Holleeder.info

 

Dossier Holleeder

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rino Verpalen

Rino Verpalen

 

Met rechter M.J.M. Verpalen treft Willem Holleeder een originele jurist. Iemand met oog voor de leefomstandigheden van gedetineerden.

Rino Verpalen, vice-president van de rechtbank Haarlem, is een vermaard jurist. Onder vakgenoten, maar ook onder gedetineerden. Die laatste roem dankt hij aan het Bajesboek, bekend als het meest uitgeleende boek in de gevangenis-bibliotheken. Daarin leggen Verpalen en zijn medeauteurs in begrijpelijke taal uit wat de rechten en plichten van gedetineerden en tbs’ers zijn.

Het boek is tekenend voor Verpalen. De rechten van en de omstandigheden waaronder gedetineerden leven, vormen zijn favoriete onderwerp. Hij is begaan met de vraag hoe een straf die een rechter oplegt, in de praktijk uitwerkt. „Zouden de rechters die deze straf hebben opgelegd, wel weten hoe het er hier binnen aan toegaat”, vroeg hij zich af als rechtshulpverlener in het Rotterdamse huis van bewaring. „Een vraag die tegenwoordig nog slechts door de weekhartigen wordt gesteld”, schreef hij onlangs in het boek dat verscheen bij het afscheid van zijn Amsterdamse leermeester, hoogleraar strafrecht Simon Stolwijk.

Verpalen groeide begin jaren zestig op in een Brabants gezin met negen kinderen. Ze woonden vlakbij de Belgische grens, middenin het smokkelgebied, vertelde hij journaliste Miek Smilde. Over de zandweg bij zijn ouderlijk huis trokken ’s nachts smokkelaars. „Ze brachten boter naar België en namen tabak mee terug naar Nederland. Kofferbakken vol boter. Wij waren als kind gewend aan de beschietingen die ’s nachts plaatsvonden. In de regenpijp van de buren zat een kogelgat.”

Dankzij een beurs kon hij, het oudste kind, naar het gymnasium in Breda en later naar de universiteit in Tilburg. Hij werkte bij de rechtswinkel en hielp daar onder meer huurders. Na zijn afstuderen werkte hij in Rotterdam, waar hij in het huis van bewaring een juridisch spreekuur hield. In 1983 publiceerde hij met Gerard de Jonge en Hettie Cremers het Bajesboek, volgens een toenmalige gevangenisdirecteur een ’opruiend’ werk.

In de lente van 1984 begon Verpalen bij de Universiteit van Amsterdam een onderzoek naar de relatie tussen het opleggen en uitvoeren van straffen. Hij promoveerde op een onderzoek naar het strafprocesrecht voor jeugdigen (1991).

Zijn oorspronkelijke onderwerp bleef hem boeien, zo blijkt uit zijn – helder geschreven – publicaties. Verpalen was bestuurslid van de Coornhertliga, de vereniging voor strafrechthervorming. Hij schreef onder meer over de nieuwe mogelijkheid voor rechters om dertig jaar cel op te leggen. Dit als een ’tussenvorm’ tussen twintig jaar en levenslang. „De gedachte dringt zich op”, schreef hij, „dat rechters er zo nu en dan voor kiezen om levenslang op te leggen onder het motto „gratiëren kan altijd nog”. Meer dan twintig jaar cel werkt volgens hem ’weinig heilzaam tot funest’ voor een gedetineerde. Straftoemeting is meer dan alleen rekenkunde, schreef hij elders. En het uitvoeren van langdurige straffen, kan in de loop der jaren soms harder of juist zachter uitpakken dan een rechter bedoelde.

Verpalen werd rechter in Haarlem. „Ik had altijd aan een duidelijke kant gestaan, namelijk aan de kant van de gedetineerden”, zei hij daarover tegen Smilde. „Nu moest ik mijn handtekening zetten onder vonnissen waardoor ik mede de grendel voor hun neus dichtschoof.” „Ik geloof in strafrecht met mate”, zei hij in datzelfde interview. „Het concept van good guys and bad guys is mij wezensvreemd. (...) Natuurlijk lees je soms dossiers en denk je alleen maar ’wat een rotzakken’. Maar op zitting gaan de scherpe kantjes er meestal wel vanaf. Ik kan nog steeds iets van mededogen voelen als ik die mislukte levens voorbij zie komen.”

De vorige advocaat van Holleeder, Moszkowicz, stelde dat zijn cliënt al openbaar veroordeeld leek. Met rechter Verpalen zou dat nog weleens kunnen meevallen. Die schreef in een van zijn wetenschappelijke bijdragen: „En overigens ben ik van mening, dat rechters voor wie de min of meer toevallige publieke aandacht en verontwaardiging omtrent een bepaalde zaak een strafverhogende factor oplevert, de onafhankelijkheid van de hen gegeven positie miskennen.”

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Laatste Holleeder nieuws

LAATSTE HOLLEEDER NIEUWS