|
|
Klaas Hummel

Werd samen met Endstra groot in de jaren negentig. Deden megadeals als World Fashion Centre. Zegt niet te zijn afgeperst. Hieronder een interview met Klaas Hummel.
De 45-jarige ondernemer ziet er ontspannen uit. Op zijn brede kaken zit een modieus weekendbaardje, de kraag van zijn shirt staat open. Er zijn weinig beslommeringen waar Klaas Hummel tegenwoordig wakker van ligt. De zaken gaan crescendo voor de hoofdstedelijke ondernemer met een vastgoedportefeuille van enkele honderden miljoenen euro¹s. Hummel, zoon van een Rotterdamse politieman, heeft het financieel en zakelijk onmiskenbaar ver geschopt.
Vanuit het bijpassende – en dus imposante – kantoor aan het Amsterdamse Museumplein heeft de voormalige heao-student uitzicht op het Rijks en het Van Gogh. Toch dwaalt Hummels blik zelden af als hij verhaalt over het recente verleden. Sinds 1993 bouwde hij samen met Willem Endstra in krap een decennium een vastgoedportefeuille op ter waarde van vijfhonderd miljoen euro. In diezelfde periode koesterden opsporingsinstanties de verdenking dat Endstra financiële diensten verleende aan criminelen. Toen justitie enkele jaren geleden onderzoek deed naar mogelijk dubieuze transacties met panden, kwam Hummel als vanzelfsprekend even in beeld. Als ‘Klaas H., verdacht van carrouselverkopen’ stond hij in De Telegraaf. Tot zijn grote woede. ‘Ik ben inmiddels overal van vrijgepleit,’ zegt Hummel, terwijl hij een verklaring van niet verdere vervolging over tafel schuift. Dan, korzelig: ‘Maar die krant kan onder het mom van persvrijheid schrijven wat ze wil.’
Dat hij samen met Endstra groot is geworden, ontkent Hummel niet. ‘Voor een belangrijk deel is dat ook aan mij te danken. We zijn begonnen met beiden een inleg van een paar miljoen en dat is autonoom uitgegroeid tot die grote portefeuille van vijfhonderd miljoen euro, die ik beheerde. Er is daarna nooit, maar dan ook nooit een cent van Endstra bij gekomen. Hij heeft er alleen maar geld uit gehaald. Wim Endstra was een lokale vastgoedman en via mij kwam hij bij gerespecteerde bancaire instituties terecht, via mij hebben we grote projecten gedaan als het World Fashion Centre, zeshonderd woningen in Groningen, de Gran Dorado-vakantieparken en zestigduizend vierkante meter nieuwbouwkantoorruimte op Schiphol.’
De ‘zakenman in steen’ is inmiddels verdachte af, maar justitie ziet hem wel als slachtoffer van bedreiging en (een poging tot) afpersing. Hummel krijgt volop aandacht in het zogeheten Kolbak-onderzoek naar de Holleeder-groep (zie ook Vrij Nederland 25-2-2006). Er is zelfs een apart zaakdossier aan hem gewijd. Pagina’s lang ondervragen rechercheurs de vastgoedman naar zijn relatie met Endstra en Willem Holleeder, onder andere in verband met een grote vastgoeddeal.
Dat zit Hummel dwars. Hij herhaalt opnieuw wat hij eerder al tegen justitie zei: ‘Ik word niet afgeperst, ik ben niet afgeperst, maar waar ik nu last van heb, is dat wordt gezegd dat ik word afgeperst.’ Daarmee schaart hij zich in het rijtje van vermeende slachtoffers dat ten stelligste ontkent de dupe te zijn geweest van Holleeder en de zijnen. Zo liet de advocaat van vastgoedhandelaar Rolf Friedländer vorige week aan stadszender AT5 weten dat zijn cliënt ‘woedend’ is als slachtoffer te worden neergezet.
Het OM laat zich echter niet zo gemakkelijk afschepen. ‘Het enkele feit dat een vermoedelijk slachtoffer ontkent afgeperst te zijn of te worden, is in onze ogen onvoldoende om het misdrijf niet bewijsbaar te kunnen achten,’ zeiden de officieren van justitie Koos Plooy en Fred Teeven eerder tegenover de Raadskamer bij de rechtbank. Sterker nog, het justitiële tweetal meent dat ‘juist bij het vermoeden van afpersing van een zakenman uit de “bovenwereld” er zeer wel denkbare redenen kunnen zijn om die afpersing ten koste van alles of veel te ontkennen.’
Dat klinkt als een catch 22: ik word niet afgeperst, dus word ik afgeperst. Praat je daar als vermeend slachtoffer nog maar eens uit. Dat wil Klaas Hummel wel proberen en hij neemt de tijd om uit te leggen hoe volgens hem de zaak-Holleeder in elkaar zit. ‘Het werkelijke verhaal is dat van een man die door het ijs is gezakt: Willem Endstra. Hij is volgens mij eind jaren tachtig in zee gegaan met criminelen, zoals de XTC-handelaar Ronald van E., een vriend van hem. Endstra fungeerde als financial manager voor die man en zijn criminele kompanen. Dat maakte hem later chantabel. De Holleeders, de Kleppers en de Mieremets van deze wereld zagen hoe Endstra in de jaren negentig uitgroeide tot een gerespecteerd zakenman met miljoenen op zijn bankrekening. Toen zeiden ze: Wim, je weet toch waar je vandaan bent gekomen? Je hebt met ons geld gewerkt, jij bent zo goed bezig, wij willen ook in die wereld. Wij willen ook grote projecten doen. Als we miljoenen kunnen verdienen in het onroerend goed, waarom zouden we ons dan nog met criminaliteit bezighouden?’
En dat, meent Hummel, is de aanzet geweest tot de tragedie die Endstra is overkomen. ‘Iedereen heeft het over afpersing, maar ik denk niet dat dat het juiste woord is. Het is chantage. Je zult maar in de handen van criminelen vallen en gechanteerd worden met dingen uit het verleden die het daglicht niet kunnen verdragen. Die je niet in de openbaarheid wilt laten komen. Met als gevolg dat je wel verplicht bent hen tevreden te stellen. Wim wilde alles en iedereen tevreden te houden. Nou, dat ging op het eind niet meer.’
Uw oud-zakenpartner Endstra werd op 17 mei 2004 doodgeschoten. Waar was u die dag?
‘Ik zat hier in vergadering met klanten. Ik werd gebeld door mijn vrouw. Die zei: ik kom terug van boodschappen doen en de Apollolaan is helemaal afgezet. Ik dacht: een politie-inval bij Endstra. De zoveelste. Vervolgens heb ik zijn kantoor gebeld. De boekhouder nam op. “Het is verschrikkelijk. Wim is neergeschoten. Twee keer van dichtbij. Ik denk dat hij dood is.” Daar stond ik met de hoorn in mijn handen.’
En toen?
‘Ik heb alles afgezegd en heb de deur achter me dichtgetrokken. Ik ben naar huis gelopen. Ik woon op de Apollolaan. Daar heb ik uit het raam gekeken. Politie, ambulances, afzetlint. Ik was in shock.’
Was het een totale verrassing?
‘Nou, Wim heeft ooit, een jaar daarvoor, gezegd dat zijn leven werd bedreigd. Ik zei: je moet naar justitie, geef opening van zaken. Hij gaf me gelijk, maar volgde mijn raad niet op. Ik denk dat hij zichzelf niet in diskrediet wilde brengen en toch een oplossing voor zijn probleem wilde. Ja, dat ging niet samen.’
Wat is achteraf uw oordeel over Endstra?
‘Wim had er geen moeite mee om zaken achter mijn rug om te doen, om te liegen, dingen te verdraaien. Ik denk dat hij tot het laatst toe heeft gedacht dat hij zich eruit kon praten, ook bij die criminelen.’
Een hard oordeel, terwijl u toch jarenlang zaken met hem hebt gedaan.
‘Toen ik in 1993 met Endstra begon, leek er geen vuiltje aan de lucht. Weliswaar was Wim al een keer in contact gekomen met justitie, maar volgens hemzelf was er niets aan de hand. Ik heb toen een bevriende notaris met goede contacten bij de politie gevraagd om Endstra’s antecedenten te checken en kreeg toen te horen dat Wim geen risico was. Dat idee bleef overeind tot hij in 1996 met de gebroeders Driesen op de proppen kwam. Vastgoedjongens uit Breda die ons zouden helpen om de markt in het zuiden des lands open te breken. Binnen een jaar wist ik dat die lui niet deugden. Ik heb toen afscheid van hen genomen en notarieel laten vastleggen – dat staat dus in een akte! – dat ik niet met hen geassocieerd wilde worden. Daar heb ik enorme ruzie over gehad met Endstra. Wat blijkt achteraf? Dat hij ze via de achterdeur van een van zijn eigen bedrijfjes weer heeft binnengehaald en in Breda een sportschool met hen is begonnen.’ (De Driesens, ook bekend als ‘de Daltons’, waren bekenden in het criminele circuit van Breda. Op 20 mei 2001 werden ze doodgeschoten.)
Ondertussen was ook oud-Heineken-ontvoerder Willem Holleeder bevriend geraakt met Endstra. Hoe ging u daarmee om?
‘Hij verscheen eind jaren negentig als een kennis van Endstra ten tonele. Ik wist natuurlijk dat Holleeder een berucht verleden had, maar hij was sinds zijn vrijlating in 1993 ook uitgegroeid tot een cultfiguur in Amsterdam-Zuid. Je kwam hem overal tegen. Hij stond in elke kroeg, gewoon naast chique bankiers. Dat was natuurlijk spannend. Hij is groot, gedroeg zich uiterst charmant en was altijd gekleed in Hermès-pakken, eerder conservatief dan patserig. Geen lerenjassenjongen. Het was voor velen sexy om met hem om te gaan. Vraag het maar aan de vrouwen die achter hem aan liepen.’
En u? Vond u het ook gezelllig?
‘Natuurlijk. Ik heb in restaurants gezeten met Endstra en dan kwam Holleeder erbij. Maar ik ben nooit een stapvriendje van Holleeder geweest.’
Toch nodigde u hem in 2000 nog uit op de verjaardag van uw vriendin.
‘Ik nodigde Endstra uit, en ja, dan hoorde Holleeder erbij in die dagen. Ik probeerde er op mijn manier mee om te gaan. Tussen 1998 en 2000 heb ik Holleeder talloze keren gezien. Hij was heel vaak met Endstra samen. Ik moest daarmee schipperen. Nou, dat heb ik gedaan. Maar het beeld dat we “leuk” met elkaar waren, klopt niet. Nee, ik was bezig met crisismanagement. En als dat betekent: geen conflict veroorzaken, dan veroorzaak ik geen brand. Maar ik zweer je, ik heb met Holleeder nooit in het onroerend goed gezeten.’
Hoe zit het dan met die participatie in 1998 waarin Holleeder meedeed?
‘Dat ging niet om vastgoed. Het ging om een aantal aandelen van een familiebedrijf dat kort daarna zou worden verkocht. Daar zat een winstmogelijkheid van vijfhonderdduizend euro in. Een zakenrelatie wilde me daarin mee laten doen. In die tijd had ik de afspraak met Endstra dat als de een iets deed, de ander mocht participeren. Maar Wim had me van tevoren niet gezegd dat Holleeder ook mee zou doen. Dat hoorde ik pas achteraf en toe zei Holleeder alvast “dank je wel” tegen me. Nou, dan kun je enorm stennis trappen, maar dat was niet verstandig. Ik zei: meneer Holleeder, uw deeltje van de winst maak ik rechtstreeks naar uw privérekening over. Niet naar het buitenland, maar naar uw rekening bij de Rabobank. En zo is het gebeurd.’
Wanneer besloot u een einde te maken aan de relatie met Endstra?
‘Vanaf 1998 zag ik mensen rond Endstra die mij deden vrezen dat het de verkeerde kant op ging. Maar ik zat wel voor vijfhonderd miljoen euro in gezamenlijke vastgoedprojecten. Ik dacht: dit vliegtuig heeft een mankement, we moeten landen, maar dan wel voorzichtig. In 2000 hebben we de laatste transactie gedaan, in 2001 is die afgewikkeld. Niet om mezelf vrij te pleiten, maar ik was de eerste die afscheid nam, nog voor de banken dat deden.’
U schetst het beeld dat u Endstra en zijn omgeving op het juiste moment op afstand plaatste. Toch staat u als afpersingslachtoffer in het dossier. Hoe kan dat?
‘Er zijn twee incidenten geweest waaruit justitie concludeert dat ik mogelijk last heb gehad van pogingen tot afpersing. Dat is het verhaal rond het Flying Doctors Gala in Monaco in 2000 en de affaire rond het World Fashion Centre, waar Erik de Vlieger uit stapte.
U zou bij het feestje in Monaco hebben geëist dat de tafel met advocaat Moszkowicz en het criminele duo Klepper en Mieremet naar achteren werd geplaatst.
‘Ja, te belachelijk voor woorden. Dat is gewoon niet waar. Ik wist pas op het allerlaatste moment dat Endstra niet zou komen. Ik kende Klepper en Mieremet helemaal niet. Van Spic & Span (de bijnamen van de beruchte gangsters, HL) had ik nog nooit gehoord. Dat heeft Endstra me pas achteraf verteld. Nee, die tafel is verwisseld omdat er plotseling een prinses van Oranje met haar veiligheidsmensen verscheen.’
Waar of niet, het werd u door Sam Klepper wel kwalijk genomen. Hij zou u met de dood hebben bedreigd.
‘Ik heb dat nooit, nooit, nooit rechtstreeks van Klepper gehoord. Ik ben hem en Mieremet nog een keer tegengekomen. Ik ging met mijn vrouw een kopje koffie drinken in de Cornelis Schuytstraat in Amsterdam-Zuid. Daar zaten zij ook. Ze zeiden: “Hallo, ken je ons nog van Monaco?” Toen ze weggingen, bleken ze mijn koffie ook te hebben afgerekend. Het verhaal van de dreigementen komt van Endstra. Die zei: ze zijn boos op je, maar ik zorg ervoor dat het niet uit de hand loopt. Voor de goede orde: Wim stelde daar geen financiële voorwaarden tegenover. Ik denk dat hij weer bij mij in een goed daglicht probeerde te komen. Maar dat verhaal kwam van Endstra, dezelfde man die plotseling verstek liet gaan in Monaco en zijn tafel weggaf aan mensen als Mieremet en Klepper. Dat had hij toch op zijn minst tegen mij, zijn zakenpartner, kunnen zeggen? Maar nee, hij stak weer eens zijn kop in het zand. Hij dacht: dat loopt zo’n vaart niet, niemand kent die mensen. Maar hij had geen rekening gehouden met de komst van prinses Margarita.’
Volgens het politiedossier zei Endstra dat hij uw ‘probleem’ kon oplossen. Uw reactie luidde: ‘Laat ze oprotten. Ik ben daar niet van onder de indruk. Ik laat mij niet zo gauw intimideren.’ Ferme taal.
‘Ik doe het niet zo snel in mijn broek. Dat zit niet in mijn aard. Als je buigt voor de angst, word je erdoor overvallen.’
Wat vond u ervan dat Moszkowicz daar met die mannen zat?
‘Bram is een heel aardige, voorkomende man. Maar ik zou hem nooit als strafpleiter nemen. Toen hij huwelijksproblemen had, heeft hij zijn vrouw via Endstra een jaar lang gratis in een huis van ons laten wonen. Hij reed op een gegeven moment in de Ferrari die Wim van mij had gekocht. Tja.’
Monaco is niet het enige verhaal. Justitie staat in het Kolbak-dossier uitgebreid stil bij de veranderende eigendomsverhoudingen van het World Fashion Centre. Daarbij zou u ook onder druk zijn gezet.
‘We zaten daar met zijn vieren in. Endstra, ik, en de vastgoedmannen Hans Pluis en Erik de Vlieger. De laatste deed het management. Met Erik kreeg ik ruzie, want hij maakte er een potje van. Ik heb het management overgenomen en toen was het ego van De Vlieger gekrenkt. Hij wilde eruit stappen. Zo uit mijn hoofd wilde hij veertien miljoen gulden voor zijn deel en ik wilde maar elf miljoen betalen. Wat gebeurt er? Ik had met Endstra de zaken doorgesproken. Korte tijd later komt Holleeder bij mij aan de deur. Hij bleek precies op de hoogte van mijn gesprek met Endstra. Hij zei: “Ik heb het opgelost.” Ik zeg: “Hoezo? Wat heb jij opgelost?” “Nou, jullie komen er toch niet uit? Dan koop ik het.” Toen zei ik: “Dat is geen oplossing, dat is het probleem tienduizend keer groter maken.” Daarop antwoordde Holleeder: “We zijn geen vrienden meer. Ik ben heel erg boos op je, nu heb je een probleem.” Maar hij dreigde niet me te vermoorden of zo. Echt, ik ben nooit bedreigd door Willem Holleeder. Ik heb hem puur gezien als een managementprobleem. Ik wilde geen zaken met hem doen, terwijl Endstra steeds meer ging pushen en riep hoe fantastisch Holleeder wel niet was.’
Toch vertelt Endstra een ander verhaal als hij een paar jaar later in het geheim spreekt met rechercheurs van de politie. Hij zegt dat hij werd afgeperst, met als dreigmiddel dat Holleeder u anders zou doodschieten. Holleeder zou u hebben opgezocht in Saint-Tropez. Er staat letterlijk in het proces-verbaal: ‘Hij gaat daar Hummel op zijn boot even bang maken, die moet ook betalen.’ Verder zou uw buurman, ook een vastgoedhandelaar, ook worden vermoord en op uw oprit worden gegooid. Aldus Endstra.
‘Ik ken het verhaal. Dat heeft Wim mij ook verteld. Met als toevoeging dat ik geluk had gehad, want Holleeder zou inderdaad naar Saint-Tropez zijn gegaan, alleen was ik toen “gelukkig” in Italië en niet in Saint-Tropez waar meneer Holleeder briesend aan wal stond. Ik weet niet of het klopt. Ik heb nooit in de haven gevraagd of er een man met een grote neus mij heeft staan opwachten. Ik heb geen boze meneer Holleeder op mijn boot gehad. Ik heb sowieso geen meneer Holleeder op mijn boot gehad. En ook geen dode buurman op mijn stoep gevonden. Toen Endstra mij dat vertelde, sloot hij af met de opmerking: “Ik heb zo mijn best gedaan voor je, mag ik alsjeblieft nog wat geld hebben?”
Wim heeft in de laatste jaren van zijn leven steeds gevraagd of hij extra geld kon lenen uit onze gezamenlijke projecten. Dat heb ik meerdere keren gedaan. De laatste twee keer heb ik hem zeshonderdduizend euro gegeven. Dit soort verhalen gebruikte hij om me week te maken. Hij had ook kunnen zeggen: en nou ga jij me geld geven, anders gaat er iets vreselijks gebeuren. Maar dan was hij crimineel met de criminelen. Zo was het niet. Wim Endstra zat niet in het complot. Hij heeft mij nooit bedreigd, hij werd alleen steeds zieliger.’
Volgens sommigen was uw weigering om Holleeder te laten participeren in het WFC het begin van de breuk tussen Endstra en Holleeder. Endstra’s broer Haico vertelde de politie later dat Holleeder stond te ‘schuimbekken’.
‘Het zal ongetwijfeld hebben geleid tot een verslechtering in hun relatie. Toen werd het Holleeder duidelijk dat ik niet het knechtje van Willem Endstra was en dat Endstra niet bij machte was om mij zakelijk op een zijspoor te zetten. Tegelijkertijd is de druk op Endstra’s reputatie en bedrijf opgevoerd. Je kunt daar een complottheorie op loslaten. Toen bleek dat de deur op slot zat, toen ze erachter kwamen dat ze geen partner konden worden, hebben ze besloten de zaak om te draaien. Wim werd de prooi. Hij werd van middel tot doel verheven. Endstra werd enorm onder druk gezet met zijn reputatie en het geld werd uit zijn ondernemingen getrokken. Die ommekeer zag je ook in de media. Bijvoorbeeld Johnny Mieremet, die met hulp van misdaadverslaggever John van den Heuvel aan De Telegraaf het roemruchte en zeer eenzijdige interview geeft, waarin hij Endstra de “bankier van de onderwereld” noemt.’
Wat verwijt u zichzelf?
‘Ik ben geboren in 1960 als zoon van een politieman. Mijn vader verdiende 1100 euro in de maand. Maar we zijn nooit iets te kort gekomen, ik kon een studie volgen aan de heao. Vervolgens kwam ik in een bankklasje van de kaderwerving van de Amrobank. In dat klasje zaten verder alleen academici. Dat waren mensen van wie de ouders ook hadden gestudeerd. Ik kwam uit een arbeidersmilieu.
Daar schaam ik me niet voor, daar ben ik trots op, maar het was wel een volstrekt nieuwe wereld waarin ik terechtkwam. Via loondienst werd ik zelfstandig ondernemer in onroerend goed. Het eerste jaar verdiende ik een miljoen gulden, het tweede vier miljoen, het derde acht miljoen. Dan denk je dat je alles bent. In 1996, het jaar dat de gebroeders Driesen aan boord probeerden te komen, was ik 36 jaar. En ik was multimiljonair. Maar ik was daar niet voor opgeleid. En wat ben je dan? Nouveau riche. Dure, domme dingen kopen. Beetje wild. Een kind met zijn hand in de snoeptrommel. Ik dacht dat alles overwinbaar was, dat ik alles kon regelen. Ik had alleen maar succes gekend, nooit tegenslagen. Door wat mij de afgelopen jaren is overkomen, is mijn houding ten opzichte van relaties compleet veranderd. Ik ben nu heel erg streng. Ik kijk tegenwoordig niet eerst naar de deal, maar eerst naar de mensen met wie ik die deal sluit. Want één zo’n affaire blijft je achtervolgen. Mijn ex-vrouw wilde na de scheiding lid worden van golfvereniging De Lage Vuursche. De ballotage hield het tegen, omdat ze ooit met mij getrouwd was geweest. Toen ze uiteindelijk welkom was, zei het bestuur: maar wilt u niet uw ex-man meenemen? Kennissen kregen in het verleden soms te horen: o, zie jij Klaas Hummel? Nou, dan zou ik maar een kogelvrij vest dragen.’
Had u medelijden met uw oud-zakenpartner Endstra?
‘Zeker wel. Hij zocht op het einde van zijn leven weer contact. Hij is nog een enkele keer bij me geweest om onze gemeenschappelijke zaken af te handelen. Dan wilde hij alleen praten in mijn wijnkelder, want hij was bang te worden afgeluisterd. Toen had ik echt medelijden met hem. Ik zou nooit meer iets met hem te maken willen hebben, zakelijk niet, maar ook niet privé. Maar dat hij nu op een kerkhof ligt, vind ik een gotspe. Hij had naar mijn mening zijn leven kunnen redden als hij gewoon bij de recherche was gaan zitten en alles had verteld.’
Dat heeft hij gedaan. Er staat een relaas van meer dan honderd pagina’s in het dossier.
‘Ja, maar hij heeft geen aangifte gedaan. En hij vertelde aan iedereen verschillende verhalen. Ik vertel hetzelfde verhaal aan jou als aan justitie. Iedereen die ik serieus acht, mag mijn verhaal horen. Dat had hij ook moeten doen. Maar dan had hij zichzelf geblameerd, en dat kon hij niet aan.’
Het Flying Doctors Gala in Monaco
Op 16 oktober 2000 wordt in de glitterbadplaats Monaco de lustrumeditie gehouden van de Nederlandse fondsenwerver Flying Doctors Gala. De extraverte types van ’s lands ondernemersgilde laten zich er graag zien, zij aan zij met Bekende Nederlanders van uiteenlopend pluimage. De avond in 2000 wordt aan elkaar gezongen door popdiva Shirley Bassey. Klaas Hummel heeft, net als zijn zakenrelatie Willem Endstra, een tafel op de eerste rij geboekt. Naast elkaar. Endstra komt echter niet opdagen. In plaats daarvan schuiven John Mieremet en Sam Klepper aan met vriendinnen. En met advocaat Bram Moszkowicz en Maike Dijkhuis, de partner van Willem Holleeder. Dan wordt het uitzonderlijke gezelschap naar een tafel achter in de zaal gedirigeerd. Officieel luidt de verklaring dat prinses Margarita de Bourbon de Parme op het laatste moment haar entree heeft gemaakt en de bewuste tafel heeft toegewezen gekregen. Maar in de periode na het gala gaat al snel het gerucht dat Klaas Hummel hoogstpersoonlijk heeft geëist dat de plaatsvervangers van Endstra niet naast hem zouden worden geplaatst. Daarop zou Sam Klepper in woede zijn ontstoken en hebben gedreigd om Hummel te vermoorden. In het Kolbak-dossier worden verschillende aanwezigen gehoord, maar de ware toedracht wordt niet duidelijk.
Het World Fashion Centre in Amsterdam
Het WFC aan de Amsterdamse A10 is een groothandelscentrum voor de kledingindustrie. Endstra en Hummel verkopen het in 2003 voor 145 miljoen euro aan een dochterbedrijf van de Zwitserse kristalfamilie Swarovski. Eerder was ook Erik de Vlieger mede-eigenaar. In de zomer van 2001 besluit De Vlieger uit de constructie te stappen. Er volgen maanden van onderhandelingen over de prijs en wie het deel van De Vlieger overneemt. Justitie doet in die periode onderzoek naar Endstra en luistert zijn telefoon af. De tapverslagen die over het WFC gaan, zijn toegevoegd aan het Kolbak-onderzoek. Daaruit en uit verklaringen van getuigen blijkt dat Holleeder graag het deel van De Vlieger wil overnemen. Klaas Hummel weigert dat. Dat is onder andere te lezen in een tapverslag van een telefoongesprek, gevoerd op 16 oktober 2001 tussen Willem Endstra en zijn broer Haico. ‘Haico zegt dat onze vriend toch maar even naar Klaas is gegaan en Willem Holleeder is boos teruggekomen. Haico zegt dat Holleeder heel boos is. Wim Endstra zegt dat Klaas gewoon niets meer van Holleeder wil weten.’ Tegen de politie zei Haico Endstra vorig jaar in een verhoor dat toen, na de WFC-scheiding, de verwijdering tussen Endstra en Holleeder is ontstaan: ‘Op de een of andere wijze wilde [Holleeder] daar ook in, hij wilde kijken of hij officieel weer in het onroerend goed kon. Mijn broer en Klaas konden daar helemaal niks mee en toen heb ik hem voor het eerst zien schuimbekken en toen liep hij het kantoor uit, vouwde een fiets dubbel en schopte tegen een boom. Vanaf toen werd het minder.'
|
|

LAATSTE HOLLEEDER NIEUWS
|