|

LAATSTE HOLLEEDER NIEUWS
|
Mink Kok

Robert Mink Kok (Amsterdam, 24 juni 1961) is een Nederlandse crimineel, die in 1996 en 2000 werd veroordeeld voor betrokkenheid bij de handel in wapens en drugs. In de kranten is zijn naam Mink K. Zijn bijnaam is de De Denker. Willem Holleeder is zijn belangrijkste rivaal.
Begin jaren tachtig zit hij korte tijd in het Franse Vreemdelingenlegioen. Maar het strakke regime bevalt hem niet en samen met een vriend ontsnapte hij. In die tijd leert hij veel over wapens, maar ook in de jaren erna blijft Kok erin geïnteresseerd. Hij bezoekt wapenbeurzen en leest tijdschriften over dit onderwerp.
In de tweede helft van jaren tachtig komt Mink Kok in contact met de man die later zijn leermeester zou worden: de 15 jaar oudere Stanley ‘de Ouwe’ Hillis. Kok is dan een kleinschalige dealer op de Amsterdamse Wallen. Van Hillis krijgt Kok steeds meer adressen voor zijn handel. Uit de samenwerking groeit een vriendschap en foto’s die de politie in 2005 bij Mink Kok thuis vindt, laten zien dat ze samen het hele Midden-Oosten af zijn gereisd. Veel van de hasj komt in die tijd uit dat gebied. In 1989 sluit de zware jongen Jan 'de Snor' Femer zich bij Hillis en Kok aan. Femer heeft voor die tijd vooral furore gemaakt met inbraken, die hij samen met zijn maatje Jules Jie pleegt. Hij wordt later de adjudant en naaste vertrouweling van Kok.
Na de liquidatie van Klaas Bruinsma op 27 juni 1991 wordt Mink Kok één van de grote spelers in het Amsterdamse criminele milieu. Samen met Hillis en Femer verdient hij miljoenen met de handel in hasj, cocaïne en xtc. Dat vindt onder de neus van het IRT plaats, die door drugstransporten door te laten hoopt bewijs te vergaren tegen de personen die in hun ogen de top van onderwereld vormen: Etienne Urka, Charles Geerts en John Engelsma.
In 1992 komt Mink Kok dichtbij een arrestatie. Het IRT volgt een lading drugs naar een boerenschuur in het Friese Oudebildtzijl. Deze informatie wordt doorgegeven aan de politie van Friesland, die daarop een inval doet in de schuur. Naast hasj, treffen de Friese politieagenten ook nog xtc en ruim honderd kilo aan semtex aan. In de buurt van de schuur worden de volgende nacht drie mannen aangehouden die daar rondrijden. In de auto zitten onder meer Mink Kok en Jan Femer. Maar omdat het niet verboden is om ’s nachts in een auto te rijden, wordt het trio weer vrijgelaten.
Twee jaar later raakt het geluk van Kok op. Na de vondst van wapens, semtex en cocaïne in een woning aan de Newtonstraat wordt Kok gearresteerd. Na een ingewikkeld proces wordt hij veroordeeld tot 6 jaar cel. Maar Kok is tegen die tijd spoorloos verdwenen.
Begin 1998 wordt Kok aangehouden op last van de Belgische politie in Frankrijk. Hij wordt ervan verdacht de Belgische jurist Koen Veeckman omgekocht te hebben. Veeckman levert Kok dossiers over internationaal gezochte criminelen. In zijn cel wordt Kok bezocht door officier van justitie Fred Teeven. Na dit gesprek komt Kok in oktober vrij. Teeven sluit een deal met Kok. Met de zegen van de top van het Openbaar Ministerie (OM) gaan Teeven en Kok praten over corruptie bij justitie en politie. Op het kantoor van advocaat Adèle van der Plas voeren ze zeker tien gesprekken. Wat daar besproken is, blijft tot op heden geheim.
In 1999 wordt er wederom een grote hoeveelheid wapens en drugs gevonden in een appartement, ditmaal aan de Nachtwachtlaan. In het appartement worden de vingerafdrukken van Kok gevonden. De politie is het wapenarsenaal op het spoor gekomen, nadat de BVD hen had getipt. De geheime dienst houdt Kok al een poos in de gaten, omdat zij denken dat de topcrimineel actief is in de wapenhandel en contacten onderhoudt met terreurbewegingen zoals de IRA en Hezbollah. Om hem te arresteren, verzint de politie een list. Kok wordt gesommeerd naar de Belastingdienst te komen vanwege een onduidelijkheid in zijn aangifte. Samen met Femer en zijn toenmalige advocaat Evert Hingst wordt Kok onderweg aangehouden. Tijdens het daaropvolgende proces lekt uit dat Kok een informant is van de politie en de geheime dienst. Teeven probeert nog in ruil voor strafvermindering een deal met Kok te sluiten, maar wordt daarbij teruggefloten door de top van het Openbaar Ministerie (OM). Wegens zijn betrokkenheid bij het wapendepot aan de Nachtwachtlaan krijgt Kok 6 jaar en 3 maanden cel.
Vlak voordat hij vrij zou komen, wordt Kok in februari 2005 aangehouden in zijn cel op verdenking van betrokkenheid bij de liquidatie van Jaap van der Heiden in 1993. Deze Alkmaarse drugshandelaar wordt in het paasweekend opgeblazen door een bom die in een plastic tas aan zijn voordeur hangt. Volgens justitie werd Van der Heiden door Kok en Femer verantwoordelijk gehouden voor het verlies van 1200 kilo cocaïne. In het strafdossier staat dat Kok volgens gegevens van GSM-masten in de buurt van het plaats delict was ten tijde van de moord.
Maar de moord op Van der Heiden is niet de enige waar Kok mee in verband wordt gebracht. Ook de liquidaties van de Belgische xtc-chemicus Danny Leclère (1993) en politie-informant Martin Swennen (1996) en de verdwijning van bodyguard Rudy van Efferen (4 augustus 1995) worden toegeschreven aan Kok, hoewel hij daar niet voor aangeklaagd is. Maar ook vanuit de gevangenis zou Kok opdracht hebben gegeven tot een liquidatie. Het slachtoffer is zijn advocaat, Evert Hingst. Die zou hem verraden hebben door vertrouwelijke gegevens uit het Van der Heiden-dossier door te spelen aan Koks oude partner-in-crime Stanley Hillis. Op 31 oktober 2005 wordt de 36-jarige Hingst voor zijn appartement doodgeschoten. Tussen Hillis en Kok is de vriendschap in die tijd al wat bekoeld. Hillis is boos op Kok vanwege diens gesprekken met Teeven en de wapenvondst aan de Nachtwachtlaan. Er gaan dan ook geruchten dat Kok op de dodenlijst van Hillis staat, en mocht hij worden vrijgelaten zijn leven niet meer zeker is.
In januari 2005 staat in De Telegraaf te lezen dat Kok volgens gelekte AIVD-documenten jarenlang politie- en justitieambtenaren heeft omgekocht in ruil voor informatie over onderzoeken tegen hem en andere criminelen. Kok zou daarbij jaarlijks 900.000 euro aan steekpenningen uitgeven. Eén van de informanten, codenaam ‘Sentaro’, is aanwezig als Femer in opdracht van Kok in 1999 een half miljoen gulden overhandigd aan een corrupte politieman. Ook zouden er bij liquidaties wapens zijn gebruikt die in eerste instantie in beslag genomen waren door de politie. Het onderzoek van de AIVD levert echter geen hard bewijs op.
De vraag is nu wie de informanten van de AIVD waren. Na het overlijden van Hingst, meldt Vrij Nederland dat Evert Hingst mogelijk ‘Sentaro’ was. Hij zou door de BVD ingezet zijn om bewijzen tegen Kok te verzamelen. Een andere naam die genoemd wordt is die van Jules Jie, een oudgediende in de groepering van Kok. Mocht Hingst een informant van de AIVD zijn geweest, is dat natuurlijk ook een reden geweest voor Kok om zijn oude raadsman te laten doodschieten.
Ondanks de verklaringen van drie getuigen wordt Mink Kok op 20 juli 2007 vrijgesproken van enige betrokkenheid bij de moord op Jaap van der Heiden. De Rotterdamse rechtbank achtte de verklaringen van de drie mannen niet zodanig betrouwbaar dat Kok tot tien jaar cel, zoals geëist door het OM, werd veroordeeld.
|
|
|